Creative Resistance, stories from the Edge of Freedom

Vrijheid van meningsuiting, Freedom of speech, staat onder toenemende druk. Schrijvers, kunstenaars en journalisten worden vervolgd, bedreigd en zelfs vermoord omwille van hun mening. Dat gebeurt niet alleen in duistere dictaturen en schijndemocratieën, maar zelfs in onze achtertuin – of moeten we maar meteen zeggen: onze voortuin – waarvoor we maar moeten verwijzen naar recente bedreigingen en aanslagen in Kopenhagen en Parijs. Aan die reële dreiging wijdde PEN International haar tweejaarlijkse WiPC- en ICORN-congres in de Brakke Grond in Amsterdam van 26 tot 29 mei 2015. Zo’n 250 deelnemers uit 60 landen en vertegenwoordigers van 42 PEN-centra discuteerden er in tal van sessies over creatieve oplossingen om deze bedreigingen het hoofd te bieden.

Door: Joke Van Leeuwen, Annmarie Sauer, Willy Schuyesmans

De topmomenten

1. Zineb el Rhazoui: ‘Ik beledig niet, ik geef kritiek.’

wipc2_zineb_el_rhazouiTot op het laatste moment was haar komst geheim gehouden. Pas toen het in de grote hall van De Brakke Grond ineens vol liep met politie en veiligheidsagenten en iedereen uitgebreid gescand werd voor hij de zaal in mocht, werd het duidelijk dat er iets bijzonders op til was. Aangekondigd was de UN Special Rapporteur on Freedom of Expression David Kaye, maar die bleek uiteindelijk slechts een videoboodschap gestuurd te hebben.

De echte reden was de komst van Zineb El Rhazoui, de 33-jarige scenarioschrijfster, columniste en journaliste van Charlie Hebdo die op 7 januari dit jaar als bij wonder ontsnapte aan de aanslag omdat ze een paar dagen vakantie had. Enkele dagen later al kreeg ze op de sociale media beledigingen naar haar hoofd geslingerd en sindsdien wordt ze dag en nacht bewaakt en slaapt ze zelden meerdere nachten op dezelfde plaats.

Op 18 januari werd het pas echt menens toen IS haar de boodschap stuurde ‘Je ontsnapte als bij wonder aan onze glorierijke actie. Maar we zullen je vinden.’ Ze riepen hun strijders op haar actief te zoeken en neer te schieten. En mochten ze geen wapen kunnen vinden, dan moesten ze haar schedel maar verbrijzelen met een steen. Ook haar echtgenoot die in Casablanca werkte, werd opgespoord en moest het land ontvluchten.

‘Ik beledig niet, ik geef kritiek’, zegt ze. ‘En we behandelden alle godsdiensten op gelijke voet. We hebben twaalf geschillen gehad met de katholieke kerk en we hebben er niet één verloren.’ Of die vrijheid van meningsuiting zo’n zware prijs waard is? ‘We kunnen niet anders’, zegt Zineb. ‘Als we die prijs te hoog vonden, waren we er al veel vroeger mee opgehouden. Ik ben bereid om die prijs te betalen en ik nodig iedereen hier in de zaal uit om hetzelfde te doen. Met hoe meer we zijn, hoe lager de prijs wordt.’

Ten slotte gaat ze nog te keer tegen de Amerikaanse opvatting van de safe space, het zogenaamde recht om niet beledigd te worden. ‘Dat recht bestaat niet’, zegt ze met klem. ‘Ze verwijten Charlie Hebdo dat het een karikatuur maakt van moslims. De lelijkste karikatuur van de islam is die van de terroristen.’

2. ‘We are journalists’, een film van Ahmad Jalali Farahani

Diezelfde namiddag krijgen we een Iraanse film te zien over de vervolging van journalisten in Iran en hun nooit eindigende strijd voor de vrijheid van meningsuiting. Ahmad Jalali Farahani is een verbannen Iraanse filmmaker en journalist die vervolgd en gemarteld werd door het regime van Ahmedinejad. De film vertelt het persoonlijke verhaal van de filmmaker. Tien jaar lang heeft hij gefilmd hoe journalisten trachten te overleven, erger nog: trachten gewoon hun werk als journalist te doen. Tal van getuigenissen, maar ook beelden van meedogenloze repressie, maken deze prent tot een document over vrijheid van meningsuiting.

De WiPC-sessies

Gao YuDrie sessies van een telkens een halve dag werden in beslag genomen voor de Writers in Prison Committee Meetings. De traditionele ‘lege stoel’ was dit jaar voorbehouden aan de Chinese dichteres en journaliste Gao Yu, die op 23 februari 2014 door het regime werd opgepakt en twee weken later in een schijnvertoning werd opgevoerd op televisie, waar ze onder druk zou bekend hebben dat ze staatsgeheimen had gelekt. Gao Yu heeft overigens een indrukwekkend palmares als PEN-Case. Ze werd 25 jaar geleden, op 3 juni 1989, al een eerste keer opgepakt vanwege een artikel waarin ze de opstand op het Tiananmenplein verdedigde. Ze werkte in 2013 ook mee aan het PEN-rapport Creativity and Constraint in Today’s China. Tijdens het congres ging een petitie rond voor haar vrijlating en stuurde men haar postkaarten. De sessies zelf waren vertrouwelijk.

ICORN

De werking van ICORN

ICORN, werd in 1921 opgericht in Londen. het vormde een soort broederschap na de oorlog. Zij werkten aan wederzijds begrip, vrede en de interculturele dialoog. Soms was men te laat en werden toch mensen gedood zoals Garcia Lorca. Arthur Koestler echter werd met succes verdedigd. Spaanse en Catalaanse schrijvers werden ook steeds ontvangen onder dit stelsel in Engeland en Frankrijk in samenwerking met ICORN. Jammer genoeg werden geen contactmogelijkheden gegeven. The Caselist wordt bij PEN-International door zes mensen voortdurend opgevolgd om materiaal voor de campagnes uit te werken. De ordewoorden zijn in ieder geval steeds: Protection, Promotion, Participation.

Er is net een nieuwe ICORN-website: www.icorn.org en het prettige nieuws is dat de flat in Antwerpen er reeds op staat. Er komt ook een ICORN-nieuwsbrief waarop men moet inschrijven. Drie keer per jaar komt het bestuur bij elkaar. Elizabeth stelde uitdrukkelijk dat het belangrijk is dat er een schrijver in het bestuur zit. ICORN zijn de steden, de mensen, de centra. Al het werk verloopt in goede synergie tussen deze drie partijen. Men heeft steden nodig die generalisten zijn en niet specialisten. Het is ook belangrijk met de ICORN-gasten contact te houden, soms jarenlang. Icorn verloor Ken Saraiba, een schrijver in Bangladesh.

Sinds 2006 komen de meeste verzoeken tot onderdak vanuit Iran en Syrië. Elisabeth Dyvik is een indrukwekkend iemand die op alle mogelijke manieren de auteurs in nood tracht in veiligheid te brengen en dit in ieders belang zo discreet mogelijk. In 2014 waren er 16 mensen uit Iran, 16 uit Syrië, sommige Syrische auteurs verblijven in Libanon. 3 uit Irak, 2 uit Libya, 2 uit Egypte en 2 uit Palestina. Heel vaak verblijven heel veel gevluchte auteurs in Turkije zonder enige opvang en met enkel Moslimscholen (Madrassas) voor de kinderen als de familie er bij is. Jonge meisjes, kinderen nog, worden dan verplicht de hajib, het hoofddoek te dragen en de koran uit het hoofd te leren. Zij zijn in Turkije de facto ‘gevlucht auteur’, maar dan wel zonder enige status of hulp. 42 schrijvers uit de huidige brandhaardregio, vertegenwoordigen meer dan de helft van de verzoeken tot hulp wereldwijd. Het gaat hier echt om een humanitaire crisis. Het gevaarlijkste moment voor de ‘gevluchte auteurs’ is er als de uitnodiging voor een residentie aankomt. Voor specifieke gevallen kan PEN campagne voeren. Voor de Iraanse auteurs is Turkije ook heel moeilijk, geen werk, geen geld; ze kunnen niet als journalist werken. Ik citeer: ”De voorwaarde om als journalist te werken, is er geen te zijn.” Heel af en toe kan men een artikel schrijven. Men mag de waarheid niet vertellen. In Turkije is het erg moeilijk in de grenssteden, waar radicale moslims aan de macht zijn.

In Libië werden 19 journalisten bedreigd met 10 jaar gevangenisstraf. Mensen zijn er niet echt safe, de geheime dienst is er erg actief. Zij moorden zonder rechtspraak. Als opposant in Mosul bijvoorbeeld is het leven erg gevaarlijk, ook in Homs raken opposanten geregeld in de gevangenis. Mensen werden bedreigd en zwijgen dus. Men vlucht naar Libanon met het gezin en daar lopen ze hetzelfde gevaar. De kinderen worden er eigenlijk opgeleid tot zelfmoordkandidaten. Eén familie wist de weg naar Noorwegen te vinden waar zijn dochter nu gewoon naar school kan. Dit was een erg ontroerende getuigenis. De kinderen die in de kampen zitten in Jordanië daarvoor vreest men het meest.

In Mosul in Irak heeft men de vertalers weggehaald omdat zij zeer geviseerd werden. Duizenden visas werden tussen 2006 en 2008 verstrekt aan vertalers die op een lijst stonden van geviseerde mensen. Er werden in het Islamitisch kalifaat reeds 60 moorden gepleegd en 150 journalisten lieten er het leven. Volgens de spreker werkt Turkije als een semidictatuur en maakt gemene zaak samen met Isis.

PS: Assad heeft 17 geheime diensten, de meeste mensen worden in de psychiatrie gestopt, ondanks het feit dat er psychologische studies werden gedaan over filmmakers of visual artists. De conclusie was dat zij niet meer depressies of psychologische problemen hebben. Jammer genoeg voor de meesten onder ons, schrijvers wel!

Wat kan men doen?

Een eerste middel om schrijvers te helpen is via het erelidmaatschap. Er zijn via PEN-International ook kleine emergency grants voor erg onveilige situaties. Men kan ook advocaten inschakelen voor brieven voor verzoeken tot asiel; als dat wordt geweigerd, wordt dit aangevochten om toch de status van vluchteling te verkrijgen bij het UNHCR. Opvang in een PEN-centrum is een kortetermijnoplossing, maar vaak wel nodig en levensreddend.

Safehouses voor schrijvers zijn ook vaak een tijdelijke noodzaak. In Helsinki zijn er 8 kamers en 3 studios. Men werkt ook met kunstenaars die politiek werk maken. Men noemt zo’n verblijf met begeleiding Nordic Fresh Air, een soort artist in residence. Estland werkt samen met PEN Finland rond mensenrechten. Zo’n residentie bestaat ook in Praag.

Safe muze is een ander initiatief waar de Marokkaanse kunstenaar El Haber onderdak en veiligheid vond. Bovendien is er een School of displaced persons. Het is heel belangrijk dat de gasten hun verhaal in alle veiligheid kunnen vertellen. Een verdere actie is Protective Fellowship scheme voor mensen op de vlucht voor schendingen van hun mensenrechten. De criteria zijn dat men een imminent risico loopt: men moet met een bijzonder moeilijk werkmilieu te maken hebben en de mensen moeten een basis van Engels hebben. Vaak zijn dit families. Soms worden ook artist visas van 3 tot 6 maanden verstrekt. Zo kwam er een fotograaf uit Aleppo in het Network of Artist Residencies. Hij heeft er, dankzij de beschikbare elektriciteit, zijn foto’s geordend en gearchiveerd. Bij Relocation to York gaat het om een cool off-periode, skills training en hoe te netwerken. Een erg arbeidsintensief, maar boeiend initiatief.

Sanna Erikson: Center for Applied Human Rights (CAHR) werd opgericht in 2008. Er zijn twee mogelijkheden: een verblijf van 3 maanden of 6 maanden, van september tot maart. Voor al deze verschillende vormen denkt men ook na over exit-strategieën.

ICORN vindt het van belang dat er meer cities of refuge zijn buiten Europa. Tijdens de conferentie vertelden vertegenwoordigers uit Pittsburg en uit Belo Horizonte in Brazilië over hun opvang in samenwerking met de universiteit aldaar. In Zuid-Afrika is men ook bezig met het opzetten van ICORN-woningen, in Johannesburg en Kaapstad, en naar het zich laat aanzien ook in Stellenbosch. Er zijn nog altijd veel meer aanvragen dan plaatsen.

Een delegatie uit Harstad, in het noorden van Noorwegen, vertelde over de opvang van musici. Daar komen extra vragen bij, bijvoorbeeld: hebben ze nog wel een instrument, waar kunnen ze optreden? Ook beeldend kunstenaars komen in aanmerking. Het volgende colloquium van ICORN wordt van 30 maart tot 1 april in Parijs gehouden, in het stadhuis, waarmee het stadsbestuur zijn engagement als city of refuge duidelijk toont.

PEN International/ICORN joint sessions Impunity in Latin America and Asia

Straffeloosheid blijft nu al 20 jaar een groot probleem. Er worden nog steeds ongestraft schrijvers en journalisten vermoord. Dit betekent dat het WiPC weinig voor hen kan doen omdat die mensen niet eens in de gevangenis zitten maar dood zijn. Cijfers: 190 schrijvers lopen gevaar, 19 werden gedood en 66 journalisten uit de geschreven pers en bloggers werden vermoord sinds 2004. Vooral journalisten die schrijven over mensenrechten en de drugshandel worden geviseerd. Er is straffeloosheid in 92% van de gevallen.

In Mexico is de staat voor 50% betrokken bij de georganiseerde misdaad. Op 2 november is het The day of the Death en dan zal er rond die straffeloosheid en corruptie worden gewerkt door middel van gedichten en proza over de moorden. Dit zal vervolgens als een digitale anthologie verschijnen. Andere mensen die gevaar lopen zijn mensenrechtenactivisten en LGTBQI. Ook in Azië is dit een lang bekend probleem.

In Bangladesh is er een PEN-centrum. Bloggers worden op straat in mootjes gehakt. De politie grijpt niet in. In Afghanistan is er een zeer sterk PEN-centrum. Democratie is daar nog nieuw. Maar jammer genoeg is de regering corrupt. Geweld tegen vrouwen steeg er met 30%.

We are journalists (film + debat)

Schrijvers uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) discussieerden over de veiligheidssituatie daar en de beschermende maatregelen voor schrijvers en journalisten. Ze zoeken naar een oplossing om een effectief antwoord te bieden aan de humanitaire crisis in de regio. Sinds 2006 werden 42 zaken behandeld van schrijvers die een toevlucht zochten. PEN doet de research en ICORN zoekt naar onderdak.

Naiemeh Sanaye uit Iran zegt dat haar land het trieste record heeft van het tweedegrootste aantal gevangen journalisten. Na de verkiezingen van 2009 is het alleen maar erger geworden. Honderden journalisten leven in ballingschap. Zij die opgepakt werden kregen zware gevangenisstraffen van zes tot tien jaar. Anderen zijn vrij, maar die kunnen niet werken zoals dat in een democratie zou moeten. Alleen wie alle regels van het regime getrouw opvolgt en samenwerkt met het regime, kan zijn job uitvoeren. Maar dat betekent in dit geval: leugen vertellen. Dat is geen journalistiek meer.

 

De Libische Ashur Etwebi herinnert zich dat er onder Khadafi twee kranten waren. De frontpagina had elke dag een nieuwe foto van de leider, vanaf pagina twee volgden zijn daden en daarna zijn adviezen aan de bevolking en dat was het. Sinds de val van Khadafi zijn er 200 kranten in Libië. Iedereen begon een krant zonder de minste ervaring, maar wel jong en enthousiast. Intussen staat de vrijheid van meningsuiting weer sterk onder druk. Twaalf activisten en social mediabloggers werden onlangs gekidnapt en gedood.

De twee Syriërs spraken over de shame lists die hun regering hanteert en waarop journalisten staan die over de revoluties in de Arabische wereld geschreven hebben. Velen van hen zitten in de gevangenis, anderen werden verbannen, sommigen meteen thuis gedood. Om de overblijvende journalisten af te schrikken, worden ze voor het minste geringste een dag op tien opgepakt en dan weer vrijgelaten. Dat gebeurt herhaaldelijk na elkaar met de bedoeling alert te blijven. ‘Toen ik gevlucht was, werden mijn ouders lastiggevallen. Ze wilden van hen weten hoe ik gevlucht was. Het volk vecht niet voor vrijheid van meningsuiting; ze vechten om te overleven!’

Nawzat Shamdin uit Irak spreekt niet alleen in eigen naam, maar tolkt ook voor zijn landgenoot en vriend (?3). Die vertelt dat hij regelmatig contact heeft met de 17-jarige dochter van een goede vriend. Die vriend is in handen van IS gevallen. Onder Saddam was er maar één krant in Irak; nu zijn er vijftien en talloze radiostations. Een leger van journalisten werkt voor al die media, weliswaar onbetaald. ?3 heeft een boek geschreven over IS en heeft daarvoor een moedige uitgever gevonden in Mosul, die het boek in het geheim distribueert. Zijn uitgeverij is intussen uitgebrand en de uitgever zelf gearresteerd, net als zo’n 150 andere journalisten. ‘De weg van IS leidt niet naar God’, is zijn commentaar.

In het debat komt nog even ter sprake dat westerse landen steeds vaker visa weigeren aan dissidente schrijvers. De reden daarvan is dat de grenscontrole vrijwel helemaal in handen is gegeven van de luchtvaartmaatschappijen. Een kwalijke ontwikkeling.

The Rise of anti-LGBT legislation & Freedom of expression

Onder leiding van Peter Vermeersch (PEN Vlaanderen) discussieerden Pablo Simonetti (PEN Chili), Damir Arsenijevic (PEN Bosnië), Babak Salimi Zadeh (Iran) en Beatrice Lamwaka (PEN Oeganda) over diverse aspecten van anti-LGBT-wetgeving in hun respectievelijke landen en de invloed daarvan op de vrijheid van meningsuiting. Wat zit achter dat schijnbaar toenemend anti- LGBT-sentiment en hoe kunnen schrijvers en PEN in deze materie de vrijheid van expressie verdedigen?

wipc5_journalist_at_risk_MENA

Simonetti is hoopvol over Chili. De Kerk verloor macht, wat eindelijk een nieuwe wetgeving mogelijk maakte die gelijke rechten garandeert. Alle partijen pikten daarop in en er was veel media- aandacht, zelfs met een tv-show. Ook het publiek was er klaar voor, al is er nog heel wat werk om ook bij het brede publiek de mentaliteitswijziging door te drukken. Er is nog veel opvoeding nodig voor iedereen andersgeaardheid als een sociale realiteit zal beschouwen. De wet gaat ook niet ver genoeg en moet ook de gender-identiteit erkennen.

In Iran daarentegen hebben LGBT geen rechten en er is geen open ruimte voor hen. Er zijn een aantal illegale underground-magazines voor homo’s, er zijn activisten, maar het regime treedt repressief op. ‘Ik werd behandeld als een crimineel omwille van mijn geaardheid’, zegt de uit Iran gevluchte activist Zadeh. ‘Ik kan er met niemand over spreken en ik leef geheim. Ik besta gewoon niet.’ In Iran wordt een afwijkende geaardheid als het Kwaad beschouwd en in verband gebracht met Satanisme.

In Bosnië heeft de regering onder internationale druk de wetgeving aangepast en LGBT rechten gegeven. ‘Op papier is alles dus in orde’, weet Arsenijevic, ‘maar op straat worden homo’s nog als een exotische soort beschouwd en inbreuken op de wet worden niet altijd gestraft.’ In Oeganda is andersgeaardheid gewoon niet bespreekbaar. Het komt nooit in de media en valt juridisch onder een wet over pornografie. Lamwaka heeft weet van zelfhulporganisaties en een enkele keer kwamen vrouwen op straat. Activisten die ijveren voor gelijke rechten, krijgen van de overheid te horen: ‘Be gay, but don’t show it’.

Digital Security

Hoe en door wie wordt de vrije meningsuiting onderdrukt en gecontroleerd? Hoe kunnen privé- personen en organisaties meer en betere creatieve tools ontwikkelen om klaar te zijn voor de wereld van morgen. Technology officer Menso Heus van Free Press Unlimited en de Iraanse schrijver en computeringenieur Mohsen Emadi uit Iran legden met veel praktijkvoorbeelden uit hoe je computers, netwerken, smartphones en tablets kunt afschermen voor pottenkijkers van een regime dat je in het oog wil houden.

Eerst het slechte nieuws: als een overheid het echt op jou persoonlijk heeft gemunt, ontsnap je vrijwel nooit. Je kunt wel minder in de kijker lopen bij het gebruik van digitale media. Vergeet nooit dat elke handeling op het net sporen achterlaat en je activiteit op elk knooppunt kan afgetapt worden. Als voorbeeld geeft het geval van de Oezbeekse Galima Bukharbaeva, van wie het regime al haar mails hackte en publiceerde met de bedoeling haar naam zwart te maken. Free Press Unlimited heeft haar geholpen haar gegevens en contacten te beschermen.

Vooraf moet je je risico’s inschatten en daar je beveiliging op afstellen. Dan komen een voor een de technische mogelijkheden aan bod: virusscanners (AVG, Avira, Avast), Bots (Spybot, Comodo, Rubotted), oppassen met scripts (NoScript), anoniem surfen (Tor browser, Ultrasurf, Freegate, Gpass, Gtunnel, HotSpotShield), harddisk leegmaken (Ccleaner), wat is gerecoverd (Recura) of je routes in het oog houden (Traceroute). Gebruik zoveel mogelijk servers in een (democratisch) buitenland, bescherm je als je op vreemde computers werkt (Flashdisk antivirus, Panda usb vaccine) enzovoort.

Het randprogramma

Uiteraard begon het congres op dinsdagavond met een welkomstdiner een officiële openingsreceptie, gevolgd door een aantal lezingen door auteurs met Anna Funder (Australië), Masha Gessen (Rusland/USA), Geert Mak (Nederland), gemodereerd door Abdelkader Benali (Nederland) en muzikaal opgeluisterd door de Egyptische muzikant Ramy Essam. Wie dat wilde kon nadien nog een boottocht langs de verlichte grachten van Amsterdam bijwonen.

Op woensdagavond konden we genieten van Café Liberté,een boeiend programma met schrijvers en dichters die voorlazen uit eigen werk. Onder hen ook David van Reybrouck met zijn tekst Ode aan de mooiste mens die ik ooit heb ontmoet. De muzikale omlijsting kwam van zangeres Meral Polat, begeleid op oed en gitaar, die onder andere een gesmaakte ode aan Koerdistan bracht.

Op donderdagmiddag werden we vergast op het toneelstuk “Archiv 1,336-1,337” door het theatercollectief Hika & Valborg, beklijvend theater over tranen en wenen in het openbaar, op de scène, in de media of in de politiek van de Ethiopische (gevluchte) theaterauteur Hika Dugassa. Dezelfde avond was er meer theater: Back to Aleppo/Damascus: Stories from Syrian Writers in Exile en de monoloog The Prisoner over een gevangene die zijn relatie tot de wereld onderzoekt.