PEN vraagt … en bij ons? Christophe Busch

“De vrijheid van het woord is geen verworvenheid, maar iets dat je actief moet onderhouden en beschermen in een democratie.”

Foto door Jimmy Kets

PEN Vlaanderen richt zich niet enkel op het vrije woord in andere landen, maar houdt ook de vinger aan de pols in eigen land. Recente evoluties in het maatschappelijk debat, onder meer door de toenemende rol van sociale media, zorgen ervoor dat we waakzaam moeten blijven voor de bescherming van het vrije woord voor auteurs, journalisten en academici. In de maandelijkse rubriek ‘PEN vraagt… en bij ons’ interviewen we een Vlaamse auteur over het vrije woord in Vlaanderen.

Christophe Busch (1977) was tot 2019 algemeen directeur van de Kazerne Dossin, nu leidt hij het Hannah Arendt Instituut waar onderzoek gebeurt naar burgerschap, stedelijkheid en diversiteit. Hij doet onderzoek naar processen van daderschap bij collectief geweld en de evoluerende beeldvorming over concentratiekampen. Hierover publiceerde hij ‘De Duivel in elk van ons’ (Borgerhoff & Lamberigts, 2023). Hoe ervaart hij het vrije woord in Vlaanderen?

Zijn we in Vlaanderen als schrijvers echt vrij om te schrijven wat we willen?
Naar mijn aanvoelen momenteel wel, maar zoiets kan snel verglijden. De vrijheid van het woord is geen verworvenheid, maar iets dat je actief moet onderhouden en beschermen in een democratie. Kijk maar naar wat er momenteel zich voltrekt bij The Washington Post, jarenlang pochte ik met hun spreuk “democracy dies in darkness”. Vandaag zie ik met lede ogen aan hoe het mediabedrijf onderuit wordt gehaald door talloze krachten. De duisternis is binnen getreden.

Censureer je jezelf in wat je schrijft?
Neen, maar ik denk wel grondig na en redigeer steeds met in mijn achterhoofd: “hoe komt mijn boodschap over?” Wat me daarbij helpt is multiperspectiviteit of de gebeurtenissen die je wil begrijpen en beschrijven vanuit verschillende invalshoeken te bekijken. Hierdoor corrigeer je vaak je initiële beeld op de realiteit en word je bewust van wat er mogelijks allemaal speelt.

Durf je in interviews vrijuit spreken of leg je jezelf soms beperkingen op?
Ik spreek vrijuit, maar ik vraag altijd om na te lezen of om vooraf te weten wat de vragen juist zijn. De thema’s waarrond ik werk zijn vaak bijzonder gevoelig en complex. Als ik het gevoel heb dat het meer kwaad zou doen dan dat het ons helpt om iets te begrijpen, durf ik ook weigeren. Daar ligt voor mij een belangrijk criterium, namelijk helpt een inzicht ons om gezamenlijk deze bijzonder complexe wereld een beetje beter te doen begrijpen.

Moet je als schrijver voorzichtig zijn om niemand te bruuskeren?
“Moet just niks” zeggen ze in Gent. Elk vogeltje zingt zoals hij gebekt is. Ik heb twee jaar in Amsterdam gestudeerd en ik hield van de directheid en openheid in de communicatie. Geheel anders soms in Vlaanderen. Maar het wordt pas moeilijk als mensen doorschieten. Soms dacht ik in Nederland: OK zeer helder, maar de relatie is nu wel naar de knoppen. En in Vlaanderen dan weer: OK zeer zacht in de relatie, maar eigenlijk weet je niet waar we aan toe zijn. Het is een evenwichtsoefening om zacht in de relatie en duidelijk in de boodschap te blijven.

Moeten de boeken die we schrijven politiek correct zijn?
Zeker niet, politiek moet schuren. Dus politieke correctheid nastreven, mag niet de – soms ongemakkelijke – werkelijkheden verdoezelen die we net moeten bloot leggen. Dat neemt niet weg dat we wel de feitelijke wereld moeten omarmen. Als auteurs een loopje nemen met de bronnen en feiten dan wordt het moeilijk en al helemaal als men de leugen gaat organiseren.

Waar liggen voor jou de grenzen van vrije meningsuiting?
Als criminoloog ligt die grens voor mij bij het strafrecht. Je mag niet oproepen tot geweld, haatspraak en discriminatie. Daarnaast – hoe gek, gevaarlijk of onbetamelijk ook – mag alles gezegd worden in een democratie. Dat neemt niet weg dat we wel sensitief moeten zijn voor ontmenselijking in woord en beeld. Want het verleden heeft vaak genoeg aangetoond dat  geweld begint bij het woord of een beeld dat “de andere mens” of de “andere stem” demoniseert. Ons denken, voelen en handelen hebben nogal eens de neiging om snel te kunnen verglijden. Het is dus niet omdat je iets mag zeggen, dat het ook wijs is om dat altijd te doen. Ik zeg er vaak ook bij, je mag ook nadenken voor je iets zegt. Zelden iemand aan gestorven.  

Wat is volgens jou op dit moment de grootste bedreiging voor het vrije woord?
Het democratisch verval dat we momenteel zien. Anti-pluralisten scheppen een bepaalde beleving die in combinatie met de een stuurloze massa en een elite die zijn moreel kompas heeft verloren echt gevaarlijk kan worden. Vaak versterkt door nepinvulligen van vrijheden en grondrechten. Vele sociale media platformen en techbedrijven zijn met de beste humane doelstellingen begonnen, maar ondertussen zien we ze de liberale democratie met een rotvaart onderuit halen. Ik hunker soms naar de tijd van fysieke ontmoetingen en de traagheid van het geschreven woord in een boek of een brief.

Durf je soms iets niet op te schrijven uit angst in een bepaald hokje geplaatst te worden?
Te laat. 😉 Mensen denken in hokjes om de complexe wereld bevattelijk te krijgen. Als je schrijft kies je vaak positie, wat zorgt dat bij onenigheid men vaak enorm reduceert. Via een vragende methodiek slaag je er soms is om enkele tinten grijs toegevoegd te krijgen. Maar ik lig er niet echt wakker van. Je moet je niet stukbijten op onwilligheid of onvermogen. Er zijn veel meer mensen die het wel goed bedoelen.   

Hoe beïnvloedt sociale media de vrije meningsuiting volgens jou?
Sociale media hebben een enorme impact op versnelling, bereik en oppervlakkigheid. De algoritmes – weliswaar mede gebaseerd op ons gedrag – zijn echt wel een probleem. Ik denk dat we later ons de vraag gaan stellen, of we dit  beter niet iets voorzichtiger hadden binnen gebracht. We vinden het normaal dat niet iedereen wapens kan kopen en mee rondlopen in ons land. Wel soms zie ik verglijdingen binnen het extremisme waarbij die technologie echt als wapen wordt ingezet. Dan moeten we niet naief zijn en elkaar en de democratie beschermen.

Heb je ooit iets uit je manuscript moeten schrappen van een uitgever/redacteur/sensitivity reader?
Neen en dat zou ook echt averechts werken bij mij. Ik ben absoluut bereid om te luisteren naar goed advies en te leren uit ervaring edm. Maar zoals in het groot staat op de muur staat van het Hannah Arendt Instituut: “Niemand heeft het recht om te gehoorzamen!”

Welk boek hoort volgens jou thuis in onze PEN-boekenkast waarin we boeken van gevangen schrijvers of schrijvers in ballingschap verzamelen?
Ik heb een omvangrijke collectie vroege publicaties uit 1933 waarin het beginnende geweld van het nationaal-socialisme onder de loep wordt genomen. Zoals het Bruinboek van de Hitlerterreur. Maar ook verbannen literatuur van zij die in de eerste dagen en maanden werden opgesloten in de vroege concentratiekampen. Eén meesterwerk dat ik al verschillende keer herlas is Die Moorsoldaten (De veensoldaten) van Wolfgang Langhoff. Meer mensen zullen het lied der Moorsoldaten kennen, maar het boek op zich is zo’n sterk verhaal over zijn ervaringen in het concentratiekamp Börgermoor en vooral de wil om menselijkheid weer plaats te geven in een ruimte die dat net niet toelaat.

Welke boodschap zou je willen geven aan een gevangen schrijver?
Kijk naar de lucht. Anton Kusters maakte ooit de expo Blue Skies. Hij fotografeerde blauwe hemels in de 1078 concentratiekampen die hij had bezocht. De blauwe lucht en de sterrenhemel is voor iedereen gelijk, ook op de plaats waar ongelijkheid zegeviert.

Welke schrijver, levend of overleden, wil je graag ontmoeten? Waarover wil je het met hem of haar hebben?
Mocht ik iemand kunnen oproepen uit de doden, laat het dan toch Hannah Arendt zijn. Ik bezocht ooit haar graf in Bard College NY. Het zou geweldig zijn om met haar te sparren over de tijden waarin we vandaag leven. Maar ik denk dat we het met haar geschriften zullen moeten doen, wat op zich al een enorm nalatenschap is uit het verleden dat we kunnen inzetten om het heden beter te begrijpen.