Van Bangladesh naar Noorwegen: de ‘Free Voice’ van Ahmedur Chowdhury floreert

Foto: Patricia De Laet

In onze PEN-flat logeert de Bengaalse uitgever, hoofdredacteur en auteur Ahmedur Chowdhury – of Tutul, voor de vrienden. In hoofdstad Dhaka beheerde Chowdhury jarenlang het invloedrijke tijdschrift Shuddhashar, of ‘Free Voice’, dat vrijheid van meningsuiting hoog houdt. Later werd het ook de naam van zijn uitgeverij. Intussen woont hij in Noorwegen en is Shuddhashar een online platform. Hoe houdt hij zijn Bengaals geesteskind in leven vanuit Noorwegen?

Hoe kwam Ahmedur Chowdhury in Noorwegen terecht? Nadat hij ternauwernood aan een aanslag ontsnapte, moest hij met zijn familie zijn land ontvluchten. Wat speelde er zich in Bangladesh af? Al van voor de onafhankelijkheid van Bangladesh in 1971 is de meerderheid van de bevolking islamitisch (90 tot 95%), de meesten zijn soennieten. Hoewel het land een parlementaire democratie is, laten de extremisten steeds meer van zich horen en is sinds 2013 het anti-seculiere geweld – meer bepaald aanvallen op de vrijheid van meningsuiting, in het land enorm toegenomen.

Schrijvers worden daarbij extra geviseerd: heel wat bekende Bengaalse schrijvers en bloggers werden vermoord door religieuze extremisten die hen het zwijgen wilden opleggen en hen wilden beletten een open intellectueel debat te voeren.

Free Voice

En een open intellectueel debat stimuleren is nu net het levensmotto van Ahmedur Chowdhury. Al in 1990 – toen hij amper 17 jaar oud was – richtte hij het tijdschrift Shuddhashar op, vrij vertaald: Free Voice / Vrije Stem, waarin hij progressief werk van Bengaalse schrijvers en bloggers publiceerde. Het werd een snel groeiend platform voor jonge en onconventionele schrijvers in Bangladesh.

Chowdhury: “Ik las enorm veel toen ik op school zat, zelfs meer non-fictie dan fictie. En ik was erg geïnteresseerd in sociale onderwerpen, vrijheid van meningsuiting en alles wat met mensenrechten te maken had. Toen waren dit al belangrijke issues in Bangladesh, nu is dat nog veel meer het geval. In die periode heb ik ook afstand genomen van het moslim-geloof van mijn familie.”

In 2004 richtte Chowdhury een uitgeverij op, die hij eveneens Shuddhashar doopte, en dat werd een succesvolle onderneming. Hij publiceerde inmiddels meer dan duizend boeken van Bengaalse schrijvers met een open blik en een liefde voor de vrijheid van meningsuiting in zijn land.

Daarnaast had hij ook een reclamebureau in Dhaka dat zich toelegde op design, print en educatief materiaal. Het bureau had o.a. Oxfam, Democracy International en de Britse Open University als klant.

Het meest recente issue van Shuddhashar focust op Surrealist Poetry (screenshot van website)

‘We came to kill Tutul’

De liefde voor de vrijheid van meningsuiting kwam hem echter op een haar na fataal te staan toen hij op een dag in 2015 aangevallen werd. Chowdhury werd geviseerd omdat hij werk uitgaf van ‘atheïstische schrijvers’. Hij had al eerder bedreigingen gekregen, en bracht de politie telkens op de hoogte, maar die kon (of wilde) niet veel doen. Ook in het bureau van Shuddhashar kwamen bijna dagelijks anonieme brieven met bedreigingen binnen.

“Ik kwam zelden naar kantoor, precies om de kansen op een aanval te verminderen. Op een zaterdag was ik er wel, en iemand kwam vragen of we bepaalde boeken hadden. Ineens stormden er vijf à zes gewapende mannen binnen met machetes en geweren. Iemand zei: ‘We came to kill Tutul!’. Ze duwde me in m’n bureau en vielen me aan met een machete. Ik werd op m’n hoofd en rug geraakt maar miraculeus genoeg overleefde ik het, omdat ik tussen de muur en een tafel terecht kwam, en ze niet dichtbij genoeg konden komen. Ineens waren ze ook weer weg. De daders zijn nooit gevonden. Toen ik in het ziekenhuis aankwam, werd er al bericht dat ik dood zou zijn. Ongelooflijk. ”

Sinds 2015 zijn ten minste negen intellectuelen, academici, schrijvers en bloggers en activisten vermoord in aanslagen door islamitische extremisten. Veel van de slachtoffers waren medewerkers van Chowdhury en werkten bij Shuddhashar, waarvan de publicaties als godslasterlijk werden gezien. Ook een van zijn vrienden, schrijver en blogger Avijit Roy, die verschillende boeken schreef en ook bijdrages leverde voor Shuddhashar, werd toen brutaal op straat vermoord nadat hij een event van Shuddhashar bijwoonde op de nationale boekenbeurs in Dhaka. Nog steeds circuleren er ‘moordlijsten’ met namen van seculiere bloggers — zo worden degenen die nog in leven zijn geïntimideerd.

Toevluchtsoord

Chowdhury belandde na de aanslag in het ziekenhuis maar gelukkig overleefde hij het – weliswaar met een mentaal trauma. Hij besloot met zijn gezin uit Bangladesh te vertrekken en dankzij de bemiddeling van ICORN (International Cities of Refuge Network) kon het gezin in januari 2016 in Noorwegen gaan wonen. Maar hij moest alles achterlaten – alle documenten op kantoor was hij kwijt, want alles was verzegeld door de politie.

Hij bleef niet bij de pakken zitten en amper een jaar later startte hij een digitale versie van Shuddhashar op. Inmiddels hebben er meer dan 500 mensen aan meegewerkt uit diverse landen – van academici en activisten tot organisatoren en studenten. “Om de drie maand maken we nu een magazine rond een bepaald thema, bijvoorbeeld onderwijs, lgbtq-issues, oorlog, feminisme, enz. Ook essays, boekrecensies, podcasts, webinars hebben een plek op de site. Inmiddels hebben we ook verschillende e-boeken uitgegeven in het Engels, en twee boeken zijn vertaald naar het Noors. We proberen in Noorwegen met onze ‘book march’ ook actief reclame te maken voor de boeken door flyers op straat uit te delen”.

In de prijzen

Inmiddels kreeg Chowdhury twee bijzondere prijzen. In 2017 stond hij samen met Margaret Atwood op het podium. Atwood kreeg in 2016 van de Engels PEN-afdeling de PEN Pinter Prize. Die prijs mag de winnaar delen met een ‘International Writer of Courage’, een schrijver die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting, vaak met groot gevaar voor eigen veiligheid en vrijheid. Chowdhury werd door Atwood uitgekozen om deze prijs te ontvangen, een hele eer.

En in 2018 kreeg hij van de Noorse PEN de Ossietzky prijs voor zijn compromisloze werk om liberale en seculiere literatuur in zijn thuisland te publiceren en promoten.

Antwerpen

De uitnodiging om naar de PEN-flat in Antwerpen te komen, kwam een beetje als een verrassing voor de Bengaalse schrijver en uitgever. Maar hij ging er graag op in. Wat wil hij doen met zijn tijd hier? “Ik wil mij graag wijden aan mijn eigen werk, gedichten en non-fictie. Misschien komt er zelfs een boek van! Uiteraard zal het gaan over vrijheid van meningsuiting” (lacht).

Heeft hij heimwee naar Bangladesh? “Momenteel mis ik vooral mijn thuis in Noorwegen. Maar anders heb ik wel heimwee, ik mis de spontane sociale bijeenkomsten die we daar hadden. En het eten natuurlijk”. (glimlacht)

Je pen als wapen

Dus vanuit Noorwegen en Antwerpen gaat de strijd voor vrijheid van meningsuiting in Bangladesh verder voor Chowdhury. Om te eindigen, een sterke quote van Chowdhury op de website van Icorn: “Het belangrijkste aspect van vrijheid van meningsuiting is het denken en de mentaliteit van mensen veranderen. Het is ook een van onze taken om de regels van de overheid die tegen de vrijheid van meningsuiting zijn, te verwijderen. We moeten meer bewustzijn creëren. Het aloude wapen van bewustzijn is schrijven. En als er geen angst is voor fysieke aanvallen, dan kan men overal ter wereld vechten in deze oorlog van het schrijven.”

Interview & tekst: Patricia De Laet