Verslag WIPC-congres Brussel (maart 2011)

HET WIPC-CONGRES IN BRUSSEL:  LIVELY FREEDOM TO CONNECT

Persoonlijk verslag van een WIPC-festivalganger

Karel Sergen

“Had the gods been
gods truly,
they would have never acepted offerings
less than a tyrant”
(Faraj Bayrakdar, nr.33, from the long poem
Mirrors of Absence, written in Saydnaya prison)

Paasmaandag. Verbijsterd kijk ik naar een Syrische jongeman, 24 schat ik hem, in bloot bovenlijf. Rondom hem knallen de tanks van Assad. Iedereen ligt kruipend op de grond, gewond, of het vege lijf reddend. Hij staat als een standbeeld, met zijn T-shirt losjes in zijn rechterhand. Misschien is hij gedrogeerd, maar misschien is hij de lafheid van de regering zo kotsbeu dat hij zegt: hier, schiet mij maar neer, ik wil een waardige dood sterven. De Arabische Revolutie noemt Nazira Réjiba, die jaren met PEN-Tunesië vocht, met recht‘de Waardigheidsrevolutie’.

 

SYRIE

 

Deze heldhaftige jongen doet mij terugdenken aan Faraj Bayrakdar, de Syrische schrijver en journalist met wie ik eind maart enkele dagen in Brussel optrek tijdens het vierdaags WIPC-congres aldaar. Faraj is nu definitief staatsburger van Zweden, hij werd dankzij internationale druk en grote inzet van PEN-medewerkers (o.m. uit Duitsland) vanaf 2000 in het buitenland opgevangen. Faraj moest 14 jaar in de gevangenis blijven. Waarom? Hij gaf een literair tijdschrift uit, en hij militeerde voor de Communistische Partij van de Actie. Dat is alles. Samen met Ghias, een andere Syrische schrijver die momenteel op het PEN-hoofdkantoor in Londen werkt, worden ze op zondag voor het VRT-middagjournaal geïnterviewd. “We kunnen geen reacties krijgen in Syrië zelf”, verklaart de presentratrice op tv “maar we vonden twee Syrische ballingen bereid om over de ontwikkelingen in het land te praten.” Net toen het congres begon, begonnen ook de Syrische opstanden. Er waren al 150 doden gevallen! PEN-Vlaanderen communicatieverantwoordelijke, Bart Van Loo, heeft zowat heel de Vlaamse pers voor dit toch bijzondere WIPC-congres in Brussel opgetrommeld (er zijn tientallen schrijvers die zich in benarde posities (hadden) bevonden) en de VRT is zo verstandig iemand te sturen voor de hete actualiteit. Faraj, 60 jaar ondertussen, een dichter met een sereen-zachte uitstraling, verklaart dat hij zich nu eindelijk ‘vrij’ voelt. Hij glundert als een kind dat eindelijk zijn droom ziet uitkomen. “Dit had al 30 jaar vroeger kunnen gebeuren. Maar mijn volk weet zich gesterkt door wat in andere Arabische landen is ontketend. De noodtoestand is al bijna 50 jaar van kracht: elke politieke activiteit die tégen de huidige familie-dictatuur gericht kan zijn, wordt zonder enige vorm van proces met gevangenisstraf bezegeld. Vanaf hun aantreden richtten ze de ‘noodtoestand’ in… Toch geloof ik in het succes van het verzet. Er is een enorme haard van frustratie gegroeid.” “Ja”, bevestigt Ghias, “ik las een oppositiekrantje op straat en zelfs mijn vriend die niet aan het lezen was, werd mee opgepakt en verbleef maanden in de gevangenis. Er zijn wel 7 diensten ‘geheime politie’ in Syrië”. “Saoedi-Arabië” is het grootste probleem, sneert Ghias verder, “daar heerst nog een grondwet van de 7de eeuw, vrouwen mogen er geen auto rijden omdat hun menstruatiecyclus het verkeer in gevaar kan brengen…”  Maar net zoals China hebben de Saoedi’s tonnen geld aan de VS geleend, dus zal die vlieger daar opgaan?

 

U kunt hier het fragment uit het journaal bekijken.

 

 

KRIS PEETERS

 

Ghias houdt in andere opzichten van zijn land: vrouwen kunnen er al lange tijd naar school en kunnen dus goed lezen en schrijven. Het probleem is louter politiek: de vrijheid van meningsuiting wordt er quasi een halve eeuw beknot. Daarom precies zijn we in Brussel vergaderd, om op (en via) regeringen druk uit te oefenen dit fundamenteel mensenrecht te respecteren. Dit is één van de grote punten voor het Congres:  in een aparte ontmoeting met de Internationale Voorzitters van PEN en WIPC, de Canadees Saul en Marian Bodsford Fraser, en met de Vlaamse PEN-voorzitter David van Reybrouck, onderhoudt Minister-President Peeters zich met de 3 vervolgde schrijvers die hij op zijn kosten had laten overkomen. Hij is zeer geïnteresseerd en benadrukt dat hij de problematiek van vrije meningsuiting zoveel mogelijk op de internationale agenda wil blijven zetten.

 

 

BORSTKANKER

 

Eén van de markantste dingen die ik over censuur hoor, situeert zich in Iran. Een dame vertelt hoe ze in hun blad durfde schrijven over huiselijk geweld, een taboe in hun cultuur. Vrouwen met een borstamputatie die thuis door een woedende man allerlei vernederingen moeten ondergaan: het is een verhaal dat vele getroffen vrouwen er delen. De internetcensuur zorgt ervoor dat je achteraf niets meer kan lezen over het lemma ‘breast cancer’, zelfs geen wetenschappelijke lectuur. De voorzitter van de Chinese Independent Pen, Tienchi Liao, vertelt daarop dat ze een middel heeft gevonden om de censuur af en toe te omzeilen, bv. door hun mailbox permanent open te laten staan. Ik zie hoe achteraf de Iraanse tekst en uitleg komt vragen. Ook wat internetgebruik en censuur betreft is er een permanente strijd aan de gang tussen de prooi en de jagers…

 

THEE

 

Vrouwen in Iran, maar ook minderheden… Op de openingsavond, donderdag, zit ik bij Amnas Tassani. Hij woont sinds een jaar op een ICORN-flat in Oslo, Noorwegen. ICORN vangt voor enige tijd schrijvers in politieke moeilijkheden op, meestal in afwachting van hun statuut van politiek vluchteling. Ook in Brussel is er sinds twee jaar zo’n flat.  “Wij zijn met 5 miljoen Arabieren terwijl er 70 miljoen Iraniërs zijn. Ik pleitte voor democratie en liberalisering en schreef erover in een plaatselijke krant. Vooral mijn contacten met de BBC-radio waar ik stukken voor instuurde, werden me kwalijk genomen. Het was verschrikkelijk in de gevangenis: geen ruimte, geen gezondheidszorg, vernederingen, honger. Indien ik niet had kunnen vluchten, was ik, vrees ik, gestorven. Je zit er als politieke gevangene ook samen met gewone criminelen, wat het niet makkelijker maakt”. Ik ga voor Tassani een thee bestellen in ‘La Tentation’ waar op de voorgrond een honderdtal namen van auteurs worden geproclameerd die ooit ‘Forbidden Books’ hadden gepubliceerd. Ze hebben geen thee. Breng dan maar water mee. Tassani zwijgt misnoegd. Vermoedelijk komen er niet veel Arabische minderheden thee vragen in La Tentation…

 

LEERLINGEN

 

Op vrijdagochtend schiet de WIPC-conferentie pas écht uit haar krammen. Ik moet nog Nederlands geven in de Sint-Lukaskunsthumaniora in Schaarbeek. Ik trek op deze zonovergoten ochtend met een dertigtal 17-jarigen naar de KVS. Ze nestelen zich onopgemerkt op de tweede verdieping, met hun laptops of pen en papier. David Van Reybrouck begint met een quizvraag: Wat hebben Les Misérables, de Max Havelaar en het Communistisch Manifest met elkaar gemeen? Dat het invloedrijke boeken waren die opkwamen voor de armen van hun tijd? Juist. Maar de drie teksten uit het midden van de negentiende eeuw werden door Hugo, Multatuli en Marx geschreven in Brussel, toen ze er in ballingschap waren. Brussel als tijdelijke vrijhaven voor kritische geesten in nood. Het WIPC-congres dus. Maar ook lesgeven in Brussel en zeker op St.Lukas ligt hiervan in het verlengde. Hier geen verkrampte reacties tegen andere culturen of talen, typisch is bv. dat we geen leerlingen hebben met een hoofddoek (ze zijn welkom als ze artistieke interesse hebben!) maar een lerares wiskunde die uit Antwerpen komt…  In de bespreking achteraf blijkt de getuigenis van iemand van het Chinese Independent PEN-Center bij hen hoog te scoren. Authentiek, vinden ze, en concreet. De meesten geloven dat de manier waarop ze revolutie voeren, het de overheid erg moeilijk maakt om geen toegevingen te doen. Het is goed dat er jongeren zijn die nog niet in cynisme zijn vervallen. Of in onverschilligheid…

 

CHINA

 

Sinds de Jasmijnrevolutie in Tunesië blijkt het dus ook in China erg woelig. Tienchi Liao is duidelijk: in 60 steden komen honderdduizenden elke zondagmiddag samen om hun ‘Walk and Smile’ Revolution te wandelen, vertrek vaak om 2 uur voor de MacDonalds. Geen geweren of pamfletten, zelfs geen leuzes. De wandelaars lachen tegen de politie die massaal foto’s neemt, identiteitskaarten controleert, op voorhand arresteert. Of er een kans is dat deze massademonstraties iets uithalen? Er zijn er na 20 jaar nog in de gevangenis die Tien An Men in 1989 gestalte gaven… Het leger is met zijn 7 militaire zones in China erg sterk, de soldaten krijgen veel geld en privileges. En het volk wordt permanent gebrainwasht vanuit patriottistische slogans: China moet ‘large’ en ‘strong’ zijn. Het bevestigt mijn ervaring van vorig jaar toen ik 3 dagen rondtrok met een ingenieursstudent in het zuiden van het land. Toen ik vroeg voor wie hij bad nadat hij de wierookstokjes bij een Boeddhatempel had aangestoken, antwoordde hij laconiek: ‘Voor China, meneer’. Toen ik repliceerde waarom niet voor de wereld, was hij geïrriteerd. “China is zo groot, meneer!”. Veel mensen zijn nog bang, herinneren zich de verschrikkelijke Culturele Revolutie én ze hebben het economisch allemaal beter dan vroeger. Toch zijn de wandelingen een teken van burgerlijk ontwaken, er wordt samengewerkt met NGO’s en men kan het internet dat bij 1/3 van de bevolking is, amper bedwingen. Na een half uur weet een half miljard mensen dat men ergens bijeen gaat komen… Waarom, vraag ik me af, besteedt onze pers hier toch zo weinig aandacht aan?! Schreef ik het antwoord hierboven al?

 

RUSLAND

 

Andrey Nikosov is ook duidelijk over Rusland: veel van zijn vrienden zitten vast, hoewel het land officieel geen censuur, geen ideologie en veel vrijheid heeft. Eigenlijk, zegt hij, is Rusland nu hét rijk van het materialisme zonder grond want het is overgeleverd aan de maffia en de misdaad. Het land dat vroeger zwoer bij het communistische ideaal, is ten prooi gevallen aan ideeënloosheid. Bijzonder is ook de getuigenis van een Wit-Rus. Het hele PEN-bestuur zit er in de gevangenis. Er werd voor hen een lege stoel gezet, een traditie op onze conferenties. Of dat van Sri Lanka: bij ons zijn er geen vervolgde schrijvers, men stopt ze niet in de cel, men doodt ze gewoon meteen.

 

TUNESIE EN EGYPTE

 

Een voor mij onvergetelijk moment is de wandeling van een restaurantje in het centrum naar De Munt, waar we op een avond een reeks vooraanstaande Europese auteurs zouden horen. Ik loop naast twee al wat kromme dametjes. Ze hebben het best prettig samen. Eentje heet  Naziha Réjiba, die wij al enkele jaren als Tunesisch erelid bij PEN-Vlaanderen adopteren, de andere een Egyptische vertegenwoordigster. ‘Wat een luxe’ giechelen ze, als ik dit woord mag gebruiken, ‘in de etalages liggen nu de verboden boeken te blinken die we jarenlang moesten missen’, zegt Naziha. Haar Egyptische vriendin nuanceert voor haar land: bij ons is er nog wel de Islam-censuur, hé? Maar ze liggen toch al te jeuken onder de toonbank”… Leuk is hoe ze, precies als Egyptische, onthult dat zij zo van boeken houdt dat ze ervan droomt ze in een reusachtige tombe te mogen meenemen…Op het einde van het Congres zal ik haar naar het Egyptisch Museum in het Jubelpark voeren. Ze grapt dat we vandaag zouden moeten ijveren voor ‘freedom to connect’. Want dat is het wat de overheid ons probeert af te pakken… De Arabische Revolutie is werkelijk op dat WIPC-congres in Brussel aanwezig, Naziha vertelt later voor het publiek dat zij zo fier is voor de eerste keer niet als slachtoffer te staan op een internationale ontmoeting. Hoewel ze het bijna had opgegeven, bekende ze. Als internetactiviste was de politie ontzettend sterk om alle communicatie in de kiem te smoren. Maar onder druk van de massa… De literatuur en de journalistiek zullen sowieso anders zijn, besluit ze, we kunnen niet meer terug, de weg naar de vrijheid ligt open. Een voorbeeld is dat de man die de Revolutie op gang zette, nu al Minister van Cultuur is geworden. Hij is, samen met anderen die de Revolutie deden slagen, een dam tegen elke vorm van extremisme dat zal proberen de kop op te steken.

 

CONGO

 

Het is me droef aan het hart opnieuw Déo te horen spreken, die op 15 november op de Dag van de Gevangen Schrijver in Antwerpen grote indruk op me had gemaakt. Hij woont nu op een ICORN-flat in Parijs, zijn broer werd als journalist in 2008 gedood, de volgende zou hij geweest zijn. “Mijn land leeft al 38 jaar onder een dictatuur”, zegt hij, “na Mobutu is het alleen maar erger geworden, de democratie is een schaamlap”. Zijn land, dat zo groot is als Europa, doet er alles aan opdat niet naar buiten zou komen wat er binnen gebeurt. Ook al omdat er zo weinig internet is en de stroom regelmatig uitvalt en schrijvers met 6 kinderen leven van 1 dollar per dag… Dat ondervond hij toen hij nog in Congo werkte. Zijn frustratie is nu dat hij buiten staat en niet écht kan berichten over wat er binnen gebeurt. In Déo voelde ik voor het eerst de grote pijn van een balling: nog liever sterven bij je volk dan ‘veilig’ in het buitenland leven. Het is een levensgroot dilemma.

 

VAN REYBROUCK

 

Op dé Passa Portadag, zondag, spreekt Guy Verhofstadt met David van Reybrouck over zijn boek ‘Congo’. Verhofstadt zou het boek laten verfilmen, zoals Geert Mak dat heeft gedaan met ‘In Europa’. Van Reybrouck zegt dat hij een aanbieding had gekregen van hetzelfde filmhuis maar dat hij heeft geweigerd. “Zie je al die cameraploegen met apparatuur en personeel naar de hutjes trekken van de mensen waar ik in volle vertrouwen ontvangen ben? Nee, ik schreef zelfs vaak niets op om écht contact met hen te hebben. Als ik dit laat verfilmen zou de commercialiteit het halen op de authenticiteit.” Verder benadrukt hij dat er een verschil bestaat tussen het opleggen van een democratisch bestel en een land helpen op haar weg naar democratisering. Dat begint van onderaan en dat moet je herkennen of eventueel helpen sturen. Ik hoorde van verschillende luisteraars in de bomvolle zaal dat ze van goed infotainment hadden genoten bij de vriendelijke clash van twee ‘titanen’.

 

ACTIE

 

Het Festival en dus ook ons Congres, dat mede kon georganiseerd worden door de omkadering van Passa Porta, sloot af met Orhan Pamuk die in 2006 de Nobelpijs voor Literatuur kreeg en daarmee naar alle waarschijnlijkheid uit de handen van het Turkse gerecht was ontsnapt. Een Noorse collega, die ik nog kende van ons vorig WIPC-Congres in Oslo, zegt me bij het buitengaan: “Pamuk is veel opener en rustig geworden vandaag. Hij mijdt inderdaad politieke onderwerpen, het blijft in Turkije een mijnenveld. Toen hij in 2006 zijn Prijs kreeg, was hij bijzonder gespannen.” En zo komen we terug uit bij Liu Xiaobo, en met hem zijn vrouw die al 5 maand compleet huisarrest heeft, voor wie al maanden vele acties van onze leden op het getouw zijn gezet.

Enkele dagen later trouwens krijg ik van Hilde Keteleer, de onvolprezen Vlaamse voorzitter van het Writers in Prison Committee, die het Congres ook naar Brussel had gehaald, een nieuwe mail: wil je geen protestmail schrijven naar de President en de Ambassade tegen de arrestatie van Bertrand Teyou, een Kameroenees auteur die, ironisch genoeg, pas in de gevangenis werd gezet omdat hij de vrouw van President Bya heeft beledigd…? “Allez hup, we zijn weer weg”, begeleidt Hilde haar mail. Ze weet dat ik me onder meer met Kameroen bezighoudt. Want ons werk is natuurlijk nooit af, en het enige wat het ons écht kost is tijd. Bang moet je in dit Belgenlandje niet zijn. Tenzij voor de wereld, die zo vaak met dubbele standaards werkt…

 

 

Karel Sergen