‘Een fatwa is een zwaard van Damocles dat boven je hoofd blijft hangen.’

Naar aanleiding van de brutale aanslag op Salman Rushdie, sprak onze vice-voorzitter Alicja Gescinska tijdens De Ochtend op Radio 1 over het voorval en vooral de onvermoeide strijd van Rushdie voor vrije meningsuiting en zijn engagement voor vervolgde schrijvers. ‘Rushdie blijft vechten voor het lot van schrijvers die vervolgd worden omwille van hun woord omdat hij weet wat het kan doen met een mens. Een fatwa veroordeelt je levenslang. Het is als een zwaard van Damocles dat boven je hoofd blijft hangen.’

Wie het interview heeft gemist, kan het hier beluisteren.

Voorvechter van vrije meningsuiting

Salman Rushdie spendeerde verschillende jaren ondergedoken nadat ayatollah Khomeini een fatwa uitvaardigde waarin hij opriep Rushdie te vermoorden. De aanleiding: een interpretatie van bepaalde passages in Rushdie’s boek ‘De Duivelsverzen’.

Hij liet zich het zwijgen niet opleggen en ontpopte zich tot fervent voorvechter van de vrije meningsuiting. Hij was een tijdlang voorzitter van PEN Amerika én stond mee aan de wieg van de International Parliament of Writers dat 300 schrijvers wereldwijd samenbracht tegen de moord op schrijvers in Argentinië.

Het IPW groeide later uit tot het International Cities of Refuge Network, waar ook PEN Vlaanderen onderdeel van uitmaakt. ICORN vormt een netwerk van steden die veilige ruimtes biedt aan schrijvers in ballingschap. In onze PEN-flat in Antwerpen vangen we al 20 jaar lang vervolgde schrijvers op zodat ze in alle rust en veiligheid kunnen schrijven.

Het is bijzonder tragisch dat Rushdie, net wanneer de aanslag plaatsvond, het podium zou bestijgen om opnieuw een lans te breken voor vervolgde schrijvers. Hij kwam ruchtbaarheid geven aan het pilootproject City of Asylum, dat onderdak biedt aan schrijvers in ballingschap in Pittsburgh.

Ralph Henry Reese, de medeoprichter City of Asylum, noemde het ‘pijnlijk ironisch’.

‘Dit soort leven is een realiteit voor Rushdie. Hij spreekt al jaren met bijzonder veel moed over zijn ervaringen en onderstreept telkens het belang van de bescherming van schrijvers. En plots zijn we getuige van de materialisatie van alles waar hij voor waarschuwt. Het resoneert en bewijst op een pijnlijke manier waarom we die waarden moeten blijven verdedigen.’