
Tekst: Alicja Gescinka
Wie ons al langer volgt, weet dat een van de speerpunten van onze activiteiten de situatie van schrijvers in Belarus is. De voorbije jaren hebben we verschillende acties ondernomen om het lot van de Belarussen die naar vrijheid snakken onder de aandacht te brengen en hun lijden te verlichten. Dat onze hulp aan deze schrijvers van grote betekenis is, mocht ik al meermaals ervaren. Dat was het geval toen ik eerder dit jaar in maart Maksim Znak – voor wie we veel actie hebben gevoerd toen hij gevangen zat – in vrijheid en in levende lijve kon ontmoeten in Warschau. En dat was ook het geval toen ik afgelopen zomer andere Belarussische voormalige gevangenen ontmoette.
Midden juli organiseerden we met PEN Belarus en dankzij de steun van de Vlaamse vertegenwoordiging in Polen een gespreksavond in het Free Belarus Museum in Warschau. De hele avond stond in het teken van de censuur die in Belarus heerst, en die schrijvers en journalisten bedreigt, het vrije woord smoort en de kunst versmacht. Vlaams diplomatiek vertegenwoordiger Matthias De Moor sprak warme woorden over de noodzaak aan verbondenheid en solidariteit in Europa, in het bijzonder vanuit België naar Belarus. Solidariteit is het cement van Europa, en met PEN Vlaanderen zorgen we mee voor het water en het zand waarmee dat cement sterker wordt.
De avond begon met een rondleiding in het museum dat volledig in het teken staat van de collectieve herinnering aan het verzet tegen de dictatuur van Loekasjenko. Je zou haast kunnen zeggen dat het een museum is waar de gevangen schrijver centraal staat, want bijna alles wat we te zien kregen, waren voorwerpen die gevangenen uit strafkolonies en cellen hadden meegenomen: plastieken bekers, schortjes, schaakstukken gemaakt uit oud brood, oude schoenen… Aan elk voorwerp hing een verhaal vast van lijden en verdriet. Zo leerde ik dat een lepel, hoe klein of van welk materiaal dan ook, het hoogste goed is. Zonder lepel mag je niet eten, want met handen eten lieten de cipiers niet toe. Zo gingen de gevangenen letterlijk met hun lepel slapen en beschermden ze het tegen diefstal alsof hun leven ervan hing, omdat hun leven er ook van afhing.

Na de rondleiding ging ik in gesprek met dissidenten in ballingschap: Nobelprijswinnaar Ales Bialiatski (vrijgelaten in december 2025 na meer dan vier jaar gevangenschap), met Kaciaryna Andrejeva (na meer dan vijf jaar vrijgelaten in maart 2026) en met de voorzitter van PEN Belarus Taciana Niadbaj. Ik was onder de indruk van de geestdrift en zelfs vrolijkheid van Ales. Zelden zo’n goedlachse, vrolijke mens ontmoet die zo’n vreselijke ontberingen heeft moeten lijden. Ik zal nooit vergeten met wat voor een pretoogjes hij het verhaal vertelde toen het nieuws uitbrak over zijn Nobelprijs en hoe dit nieuws zich door de gevangenismuren verspreidde. Even indrukwekkend waren het doorzettingsvermogen van Kaciaryna (die strijd blijft leveren voor de vrijlating van haar echtgenoot) en de onuitputtelijke strijdvaardigheid van Taciana.
Foto: Ales Bialiatski & Alicja Gescinska
Ondanks de zware onderwerpen was er een solidaire warme sfeer in de zaal. Voor iedereen was het duidelijk dat druk zetten op regeringen, onrecht blijven aankaarten, anderen en onszelf blijven informeren, het woord vrij houden en de kunsten beschermen: het maakt wel degelijk een verschil. Wij zijn minder machteloos dan we vaak geloven. En dus mogen we niet versagen in de strijd voor het vrije woord. De strijd voor het vrije woord is een strijd voor het leven.
Op het einde van de avond in Warschau mocht ik in naam van PEN Vlaanderen een check van 1200 euro aan PEN Belarus overhandigen. Dat geld hadden we eerder dit jaar ingezameld tijdens de gespreksavond ‘Oorlog en literatuur’ die we samen met de Humanities Academy van de UGent organiseerden. Het geld zal integraal gebruikt worden om pakketten met voedsel en kleine voorzieningen te sturen naar schrijvers die in voorhechtenis zitten en wachten op hun vonnis, wat meestal uitmondt in jaren gevangenschap in een strafkolonie. Troostpaketten zijn het, want naast de praktische inhoud van de pakketten, zit er ook troost in. Het betekent voor de gevangenen immers bijzonder veel dat er aan hen gedacht wordt, dat anderen bekommerd zijn om hun lot. Het is de tweede keer dat we met PEN Vlaanderen geld hebben ingezameld voor zulke troostpakketten. PEN Belarus benadrukte dat die pakketten van immense betekenis zijn; en dat het hun bijna altijd lukt om de pakketten te laten bezorgen. Dat is geen sinecure, want over de verblijfplaatsen van gevangenen doet het regime erg geheimzinnig. Eén keer was een troostpakket na wekenlange omzwervingen teruggestuurd naar PEN Belarus. Dat pakket is nu deel van de collectie van het Free Belarus Museum. Op die manier zijn wij ook een beetje verankerd in het collectieve geheugen van de Belarussische strijd.

Enkele dagen na het evenement in het Free Belarus Museum had ik een andere ontmoeting die een blijvende indruk op mij naliet. Vergezeld van zijn twee bodyguards sprak ik met die andere prominente Belarussische dissident: Andrzej Poczobut. Poczobut is lid van de Poolstalige minderheid in Belarus. Hij zat verschillende jaren gevangen, vaak in volledige isolatie. Zijn misdaad? Hij spreekt Pools, en in het Belarus van Loekasjenko moet alles gerussificeerd worden. Enkele maanden geleden werd hij ‘vrijgelaten’, dankzij diplomatieke inspanningen van Trump en de VS.
Maar… ‘Ik ben niet vrij.’ Die woorden sprak Poczobut en ze galmen nog in mij na. Vrijheid is meer dan niet gevangen zijn. Vrijheid is thuis zijn. Poczobut leeft in ballingschap in Warschau en wil maar één ding: de cirkel rondmaken. Hij wil terug naar Belarus, want daar is zijn thuis. Hij wil terug naar de Poolstalige minderheid, naar zijn familie en vrienden in Grodno. Ooit was de regio een bruisend multicultureel lappendeken waar talloze talen gesproken werden. Een kwintessens van Europa: Pools, Belarussisch, Russisch, Jiddisch waren de officiële talen; verschillende gemeenschappen leefden naast en met elkaar. De gloriedagen van de stad gingen niet toevallig gepaard met die multiculturele veelzijdigheid.
Poczobuts verlangen om terug te keren, doet me onwillekeurig denken aan George Steiner. De grote cultuurfilosoof ontsnapte aan de jodenvervolging in Europa. Hij bouwde eerst een carrière uit in de VS, maar besefte toen: ‘Ik moet terugkeren naar Europa. Als ik niet terugkeer, dan heeft Hitler toch gewonnen.’ Poczobut wil om precies die reden terugkeren. Met elk lid van de Poolstalige minderheid die uit Belarus verdwijnt, wint Loekasjenko. Het is een eigenheid van dictators: ze vrezen en vernietigen diversiteit. De ander als ander is een bedreiging die uit de weg geruimd moet worden. Het monoculturele drama.
Europa heeft de voorbije jaren veel te weinig aandacht gehad voor het lot van duizenden Belarussen die naar vrijheid snakken. De onmondigheid – of is het onverschilligheid? – van de EU is stuitend. Ja, na zijn ‘vrijlating’ heeft de EU Poczobut wel de Sacharovprijs overhandigd. Maar Europa kijkt naar Belarus alsof het een exotisch ver land is waar we niet veel mee te maken hebben. Met PEN Vlaanderen blijven we ons ook de komende tijd inzetten voor het lot van schrijvers in het oosten van Europa. Op een dag breken betere tijden aan voor Belarus. Op een dag zijn mensen als Bialiatski en Poczobut weer thuis. Nu is thuis een gedachte in hun hoofd, ooit is het weer de plaats waar ze wonen.

