
Tekst: Fatima Noori (voor Stampmedia – deze column verscheen in verkorte versie in De Morgen op 14 augustus 2026)
Hoeveel rechten moet je een meisje afnemen voor de wereld ophoudt met wegkijken? Die vraag stel ik mezelf telkens wanneer ik lees dat de taliban opnieuw een wet hebben ingevoerd die vrouwen nog verder uit het openbare leven bant. Niet in één keer, maar stap voor stap worden Afghaanse vrouwen en meisjes onzichtbaar gemaakt. Hun scholen sluiten. Hun werk wordt verboden. Hun stem wordt gesmoord. Hun toekomst wordt afgenomen.
Afghanistan is mijn geboorteland. Tien jaar geleden vluchtte ik met mijn familie naar België. Hier mocht ik opnieuw naar school. Hier ontdekte ik dat een meisje mag dromen, schrijven en haar mening mag uiten. Terwijl ik mijn eerste boek schreef, werden meisjes van mijn leeftijd in Afghanistan uit de klas gestuurd. Terwijl ik mijn stem vond, werd die van hen steeds verder het zwijgen opgelegd. Dat contrast draag ik iedere dag met mij mee.
Ik ben gevlucht uit Afghanistan, maar Afghanistan is nooit uit mij verdwenen. Iedere wet die een Afghaans meisje haar toekomst ontneemt, voelt ook als een aanval op een deel van mezelf. Ik mag vandaag journalist zijn, op een podium staan en mijn mening uitspreken. Dat zijn geen vanzelfsprekendheden. Dat zijn rechten die miljoenen Afghaanse meisjes vandaag worden ontzegd.
Genderapartheid
Wat vandaag in Afghanistan gebeurt, is geen verzameling losse maatregelen. Het is een systeem dat de helft van de bevolking haar fundamentele rechten ontneemt. Een beleid dat vrouwen uit het openbare leven wil bannen. Vrouwen worden uitgesloten van werk, cultuur, sport en steeds meer aspecten van het dagelijkse leven. Hun bewegingsvrijheid wordt beperkt en hun aanwezigheid in de samenleving wordt steeds verder uitgewist. Daar bestaat een naam voor: genderapartheid.
Afghaanse vrouwen en mensenrechtenverdedigers vragen de internationale gemeenschap al jaren om die situatie ook zo te benoemen. Zij vragen geen medelijden. Zij vragen erkenning. Hun oproep verdient meer dan sympathie. Ze verdient politieke moed.
Toch hoor ik nog altijd dat dit “hun cultuur” of “hun religie” zou zijn. Nee. Dit is geen islam. Dit is geen cultuur. Dit is machtsmisbruik. De islam leert niet dat vrouwen minderwaardig zijn, integendeel. De Koran (9:71) benadrukt de waardigheid van mannen én vrouwen en beschouwt hen als gelijkwaardig in hun menselijkheid en verantwoordelijkheid. De profeet Mohammed moedigde kennis en onderwijs aan voor iedere moslim. Bovendien wordr in de Koran benadrukt dat man en vrouw gelijk zijn en elkaars bondgenoten:
“De gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaars beschermers (of bondgenoten). Zij gebieden het goede en verbieden het slechte, onderhouden het gebed, geven de zakaat en gehoorzamen Allah en Zijn Boodschapper.”
De profeet Mohammed moedigde kennis en onderwijs aan voor iedere moslim. Eén van zijn bekendste uitspraken luidt: “Het paradijs ligt onder de voeten van de moeder.” Dat is geen beeld van onderdrukking, maar van respect, waardigheid en eerbied.
“Wie bang is voor een meisje met een boek, een vrouw met een diploma of een moeder met een eigen mening, toont niet zijn macht, maar zijn angst”
Fatima Noori (18)
Religie gebruiken om vrouwen hun rechten af te nemen, is daarom geen religieuze overtuiging. Het is een politieke keuze. De taliban misbruiken het geloof om hun macht te legitimeren. Daarmee doen ze niet alleen onrecht aan Afghaanse vrouwen aan, maar ook aan miljoenen moslims wereldwijd die hun geloof beleven vanuit rechtvaardigheid, mededogen en gelijkwaardigheid.
Wie vrouwen hun stem ontneemt, toont geen kracht. Wie bang is voor een meisje met een boek, een vrouw met een diploma of een moeder met een eigen mening, toont niet zijn macht, maar zijn angst. Want kennis is gevaarlijk voor wie wil overheersen. Vrijheid is bedreigend voor wie alleen kan regeren door anderen klein te houden.
Geen voorpaginanieuws meer
Wat mij misschien nog het meeste pijn doet, is niet alleen wat de taliban doen. Het is wat de rest van de wereld níét doet. Vijf jaar nadat de taliban de macht weer innamen, verdwijnt Afghanistan steeds vaker van de voorpagina’s. Andere conflicten eisen onze aandacht op. Maar voor miljoenen meisjes stopt de onderdrukking niet wanneer de camera’s vertrekken. Hun leven blijft stilstaan.
Mensenrechten zijn geen luxe die alleen gelden wanneer het politiek goed uitkomt. Ze zijn universeel, of ze betekenen niets. Daarom moeten regeringen niet alleen de taal van mensenrechten spreken, maar er ook naar handelen.
In juni ontving Brussel vertegenwoordigers van de taliban voor gesprekken over migratie en terugkeer. De Europese Commissie benadrukte dat zulke contacten geen diplomatieke erkenning van het regime is. Toch voelt dat voor veel Afghaanse vrouwen als verraad. Ze zien hoe dezelfde landen die vrijheid en gelijkheid verdedigen, onderhandelen met de machthebbers die hun dochters het recht op onderwijs hebben ontnomen. Mensenrechten mogen nooit onderhandelbaar worden zodra migratie of geopolitieke belangen op tafel liggen.
“Vijf jaar nadat de taliban de macht weer innamen, verdwijnt Afghanistan steeds vaker van de voorpagina’s”
Fatima Noori (18)
Wanneer een regime dat vrouwen systematisch uitsluit van onderwijs, werk en het openbare leven een plaats krijgt aan de gesprekstafel, ontstaat onvermijdelijk de indruk dat normalisering belangrijker wordt dan gerechtigheid. Ik begrijp dat diplomatie soms noodzakelijk is. Staten moeten met moeilijke regimes kunnen spreken. Maar diplomatie mag nooit betekenen dat onze waarden verdwijnen. Wie met de taliban spreekt, moet mensenrechten niet als een randonderwerp behandelen, maar als het vertrekpunt van elk gesprek.
Blijven dromen en hopen
De taliban vertegenwoordigen niet de Afghaanse bevolking. Afghanistan is meer dan de taliban. Afghanistan bestaat ook uit de vrouwen die blijven vechten, de meisjes die ondanks alles blijven dromen, de journalisten die blijven schrijven, de moeders die hun dochters hoop proberen te geven en de mensen die weigeren hun menselijkheid op te geven.
Toeval bracht mij naar België, maar toeval mag nooit bepalen wie recht heeft op onderwijs, vrijheid en een toekomst. Later zal de geschiedenis zich niet alleen herinneren wat de taliban deden. Ze zal zich ook herinneren hoe de wereld reageerde. Of hoe de wereld niet reageerde. De vraag is niet hoeveel onrecht Afghaanse vrouwen nog moeten doorstaan. De vraag is hoeveel stilte wij nog bereid zijn te aanvaarden.

