Bezorgheid om annulatie boekvoorstelling

PEN Vlaanderen is bezorgd om politieke inmenging bij de programmatie van culturele instellingen. Naar aanleiding van het annuleren van de boekvoorstelling van Filip Reyntjes’ boek over Rwanda, publiceerde onze voorzitter een column in De Morgen.

We hebben de voorbije week mooi kunnen aanschouwen hoe onze regering, namens Bart De Wever, trots op de barricades van de artistieke vrijheid staat. Onze premier ging speciaal naar een concert in Essen om de in ons land geboycotte Israëlische dirigent Lahav Shani de hand te schudden.

Daar is ondertussen al zoveel inkt over gevloeid. Het debat is echter veelal een stellingenoorlog van al te stellige meningen. Wie vindt dat Israël zijn boekje te buiten gaat in Gaza looft in de regel de beslissing van het Gent Festival van Vlaanderen om een concert onder leiding van Shani af te gelasten. Wie vindt dat Israël gelegitimeerd is in zijn oorlogsdaden spreekt schande van de beslissing. Grote woorden, zoals de beschuldiging van antisemitisme, worden daarbij niet geschuwd.

Bij mij gaat een veelheid aan ideeën door mijn hoofd. Ik vind dat een premier of een politicus zich niet te veel moet bezighouden met de programmatie van een cultureel evenement. Dat neemt niet weg dat ik betwijfel of de annulering van het concert toe te juichen valt. En dat neemt dan weer niet weg dat ik vrees dat er in Gaza een genocide dan wel etnische zuivering gaande is, en het vreemd vind dat De Wever er als de kippen bij is om een Israëlische dirigent de hand te schudden. De snelheid waarmee hij een Israëlische man een hart onder de riem steekt, staat haaks op de traagheid waarmee zijn medeleven met Palestijnen werkt.

Toch is het niet dit contrast waarover ik het wil hebben, wel een ander contrast. Het betreft een bericht dat veel minder opgepikt en gedeeld werd dan de handdruk tussen de premier en de dirigent. En het was een bericht dat inderdaad bevestigt: politici moeten zich niet te veel bezighouden met de programmatie van culturele instellingen. Toen ik het las, moest ik de verbazing uit mijn ogen wrijven.

Aan het Egmont Instituut, een denktank die waardevol werk levert, zou normaal een boekvoorstelling plaatsvinden. Rwanda-expert en professor Filip Reyntjens zou er zijn Modern Rwanda: A Political History voorstellen. Aangezien de moderne politieke geschiedenis van Rwanda, eufemistisch gezegd, geen verhaal van rozengeur en maneschijn is, bevat het boek dan ook een kritische analyse van het regime van Paul Kagame.

Het regime van Kagame gooit dissidenten in de gevangenis. Kritische Rwandezen die naar Europa zijn gevlucht zijn zelfs hier niet veilig. Kagame steunt rebellen in Congo die massale slachtpartijen aanrichten. Het land bengelt helemaal achteraan het peloton in allerlei internationale rankings over mensenrechten en maatschappelijke vrijheden.

En over peloton gesproken: deze maand vindt het WK wielrennen plaats in Kigali. De beslissing is als staaltje sportswashing even abominabel als die om het WK voetbal in Qatar te organiseren. Maar Kagame is bezig aan een internationale campagne om het imago van Rwanda te boosten. En dat mag vele miljoenen kosten, zelfs wanneer bijna de helft van de Rwandezen onder de armoedegrens leeft. Zo’n president en zo’n beleid, dat mag eens goed bekritiseerd worden.

Maar niet zo volgens onze regering. Het ministerie van Buitenlandse Zaken verzocht het Egmont Instituut ‘vriendelijk’ om de boekpresentatie te annuleren: ons land probeert de diplomatieke en economische banden met Rwanda te verbeteren. En dan komt het niet goed uit dat een denktank die een deel van zijn fondsen krijgt van het ministerie van Buitenlandse Zaken een boek promoot dat kritisch is over Kagame. Gevolg: annulatie boekpresentatie.

Ministeries die bepalen welke boeken waar en wanneer gepresenteerd mogen worden, dat is altijd bedenkelijk. En wat een contrast: precies in de week waarin de premier trots opkomt voor de artistieke vrijheid van een Israëlische dirigent fnuikt een van zijn ministers de intellectuele vrijheid van een auteur bij ons, omdat diens mening blijkbaar onwelgevallig is.

De taak van een regering is om de intellectuele vrijheid te bewaken en te verruimen, niet om die te verengen en af te kraken. Politici mogen geen scheidsrechters van het culturele leven zijn.

De politisering van de artistieke en intellectuele vrijheid is altijd gevaarlijk. Dat kunstenaars, schrijvers en denkers zich over politieke kwesties in hun werk buigen is goed. Maar de omgekeerde beweging is veel minder raadzaam. Iedere keer wanneer politici zich buigen over, en zelfs bepalen of, het creatieve werk van deze of gene figuur wenselijk is, wordt de intellectuele vrijheid beknot. Benieuwd of we een mooie foto zullen zien waarop De Wever professor Reyntjens de hand schudt.

Alicja Gescinska

Lees meer: