Tweede zit voor de regering

Hoe reageerde onze regering op onze open brief (verschenen 31 mei van dit jaar in De Morgen)? Niet. We ontvingen geen antwoord, alleen maar stilte. De regering veranderde niets aan haar al te lakse houding.

Daarom schreef onze voorzitter gisteren in haar column in De Morgen dat de Belgische regering een tweede zit heeft. Een herkansing om een beetje medemenselijkheid alsnog aan te spreken en tot daden over te gaan. Er is dringend nood aan een staakt-het-vuren.

PEN Vlaanderen vraagt daarbij bijzondere aandacht voor journalisten en mediamedewerkers. Door de bewust aangerichte hongersnood slaakt het persagentschap AFP een noodkreet. Hun Palestijnse medewerkers dreigen onder de honger te bezwijken. Daarover schreef journalist Jenne Jan Holtland een stuk van grote urgentie.

Tweede zit voor de regering

Zo eenvoudig de koning het deed lijken, zo moeilijk valt het onze regering: erkennen dat de situatie in Gaza mensonterend is, een schandvlek voor de mensheid. Zowel bij de politieke commentatoren, de royalty watchers als bij de commentaren op sociale media viel steevast hetzelfde op: de koning is scherper dan de regering. Velen zijn het getalm en gedraal van politici beu: onze politici zijn te laks, te passief tegenover het geweld in Gaza. En uiteindelijk zijn laksheid en passiviteit niets anders dan een gebrek aan betrokkenheid en verontwaardiging: onverschilligheid dus.

Men kan riposteren: vanuit de EU is er al meermaals aangedrongen op een staakt-het-vuren, op meer diplomatie en minder geweld. Ook gisteren nog stuurden 25 ministers van Buitenlandse Zaken, onder wie Maxime Prévot, een communiqué uit met die boodschap. Dat klopt, maar die woorden zijn niet meer dan een schaamlapje om de politieke passiviteit ten aanzien van het lijden in Gaza te verbergen. In het communiqué staat dat de ministers ‘bereid zijn om verdere actie te ondernemen’. En precies daar wringt het schoentje.

Dat bleek vorige week na de Europese Raad van ministers van Buitenlandse Zaken. Daaruit volgde dat men Israël wel vriendelijk verzocht om de mensenrechten te respecteren, maar dat dit verzoek niet met sancties gepaard zou gaan. Onze eigen minister van Buitenlandse Zaken verklaarde dat hij geen mandaat had van de Belgische regering om voor concrete acties tegen Israël te pleiten. Dus nogmaals: alleen maar woorden als schaamlapje voor het gebrek aan echte betrokkenheid en bewogenheid.

De periode van de tweede zit komt eraan en voor het vak ‘Medemenselijkheid’ is onze regering dik gebuisd. Dat de anderen in de Europese klas ook slechte punten behalen, is geen excuus. De toespraak van de koning zou voor onze regering een ouderlijke reprimande kunnen zijn: het is tijd om de studieboeken (of het hart) eens echt open te slaan.

Nul op het rekest

Enkele weken geleden ondertekenden meer dan vijfhonderd Waalse en Vlaamse auteurs en mensen uit het boekenvak een open brief, gepubliceerd in deze krant en Le Soir. De brief was een oproep aan de regering om meer daadkracht te tonen tegenover de ellende in Gaza. Als over de taalgrenzen heen honderden cultuurdragers van je land zich verenigen, zou je hopen dat een regering daarop reageert. Maar neen; deze regering gaf nul op het rekest.

Uiteraard: onze premier, onze minister van Buitenlandse Zaken, onze regering, onze diplomaten en ambassadeurs zijn zelf niet in staat om de ellende in Gaza te beëindigen. Maar elk einde moet ergens beginnen. En is het te veel gevraagd om een begin te willen zijn, om de verontwaardiging die onder mensen leeft en waarvan je zo nu en dan beweert dat je die deelt in concrete daden om te zetten?

Ik moet onwillekeurig denken aan een Israëlische filmmaker die ooit een documentaire maakte over Etty Hillesum. Hillesum zei ontzettend wijze dingen over haat en geweld, over onverschilligheid en verontwaardiging. Hillesum schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog een filosofisch en persoonlijk dagboek, en prachtige brieven die een ode aan de menselijke waardigheid zijn; zelfs nog vanuit Westerbork, tot vlak voor haar deportatie naar een gewisse dood in Auschwitz. De Israëlische filmmaker – het was de tijd van de Tweede Intifada – vond dat Palestijnen en Israëliërs dringend doordrongen dienden te geraken van Hillesums medemenselijkheid.

Hillesum geloofde hartstochtelijk: je kunt haat niet met haat bestrijden, geweld is niet de oplossing voor geweld, alleen licht kan de duisternis doorbreken. Dat klinkt soft, maar Hillesum toonde wat voor een krachtig iets het is; en hoe krachtig je daarvoor moet zijn. Ze vond dat je tegenover het kwaad vurig “zedelijk verontwaardigd”, zoals ze het noemde, mocht/moest zijn. Maar haten? Neen! “Dat ieder van ons inkeert in zichzelf en in zichzelf uitroeit en vernietigt al datgene, waarvoor hij meent anderen te moeten vernietigen. En laten we ervan doordrongen zijn dat ieder atoompje haat dat wij aan deze wereld toevoegen haar onherbergzamer maakt dan ze al is.”

Wat voor haat geldt, geldt ook voor onverschilligheid (het tegendeel van ‘zedelijke verontwaardiging’). Elk atoompje onverschilligheid maakt de wereld onherbergzamer. De haat van enkelen is de motor van het kwaad, maar de onverschilligheid van velen is de brandstof waarop deze motor draait. Zolang België en Europa het bij loze woorden houden, houden ze de motor van het geweld in Gaza draaiende. Een schandvlek voor de hele mensheid dus.

Alicja Gescinska, De Morgen, 23 juli 2025

Lees meer: