“De dag dat ik voel dat ik mijzelf censureer, stop ik met schrijven.”

PEN Vlaanderen richt zich niet enkel op het vrije woord in andere landen, maar houdt ook de vinger aan de pols in eigen land. Recente evoluties in het maatschappelijk debat, onder meer door de toenemende rol van sociale media, zorgen ervoor dat we waakzaam moeten blijven voor de bescherming van het vrije woord voor auteurs, journalisten en academici. In de maandelijkse rubriek ‘PEN vraagt… en bij ons’ interviewen we een Vlaamse auteur over het vrije woord in Vlaanderen.
Joël De Ceulaer (1964) is journalist bij De Morgen. Hij werkte eerder voor Knack en De Standaard en publiceerde een 10-tal non-fictieboeken, waaronder ‘Gooi god niet weg’ (2011) ‘Hoera! De democratie is niet perfect’ (2019) en ‘De tragiek van de macht’ (2020). Hoe ervaart hij het vrije woord in Vlaanderen?
Zijn we in Vlaanderen als schrijvers echt vrij om te schrijven wat we willen?
Dat kan ik niet voor anderen beoordelen. Ik ben geen literair schrijver. Als journalist, columnist en schrijver van non-fictie ben ik in ieder geval altijd volledig vrij.
Censureer je jezelf in wat je schrijft?
De dag dat ik voel dat ik mijzelf censureer, stop ik met schrijven.
Durf je in interviews vrijuit spreken of leg je jezelf soms beperkingen op?
Ik spreek vrijuit over hoe ik denk. Ik zie niet in waarom ik mijzelf zou beperken.
Moet je als schrijver voorzichtig zijn om niemand te bruuskeren?
Dat vind ik niet. Je hoeft niemand te bruuskeren, maar het is zeker toegelaten en af en toe zelfs nodig en belangrijk. Het woord mag kwetsen, verontrusten, choqueren.
Moeten de boeken die we schrijven politiek correct zijn?
Nee, alstublieft niet, zeg. De literatuur en de essayistiek moeten volledig vrij zijn.
Waar liggen voor jou de grenzen van vrije meningsuiting?
Bij het oproepen tot geweld. Ik ben nogal Amerikaans op dit vlak.”
Wat is volgens jou op dit moment de grootste bedreiging voor het vrije woord?
Bij ons in Europa: de zelfcensuur en het conformisme van mensen, ook schrijvers en journalisten, die niet voor zichzelf durven te denken en gemakshalve de meningen van hun peergroup overnemen.
Durf je soms iets niet op te schrijven uit angst in een bepaald hokje geplaatst te worden?
Nee, ik schrijf wat ik vind dat ik moet schrijven. Wie mij in hokjes wil plaatsen, wens ik daar veel plezier mee, maar dat is mijn zorg niet. En ik ben kritisch voor alle hokjes.
Heb je ooit dingen geschreven waarvan je spijt hebt?
Nee, ik heb me vast regelmatig vergist. Ik ben een paar keer van mening veranderd. Maar daat heb ik geen spijt van – het tegendeel zou erger zijn.
Heb je ooit iets uit je manuscript moeten schrappen van een uitgever/redacteur/sensitivity reader?
Nooit. Dat zou ik ook niet aanvaarden.

